Oefenen
Alledaagse wijn is om te drinken en niet om bewust te proeven.
Wel kun je goed oefenen met een eenvoudige of gemiddelde kwaliteit wijn. De echte eigenschappen van een gebied of jaar komen het beste tot uitdrukking in een klassewijn van eerste kwaliteit. Wees daarom niet 'eenvoudig', maar leg ook eens wat geld neer voor een topwijn om erachter te komen wat daar nu zo speciaal aan is.
Bron: Wijnscheurkalender, door Hubrecht Duijker
PROEFLES 1
De factoren die de smaak van een wijn bepalen zijn:
Een toelichting:
...op punt 1
Er bestaan honderden druivensoorten (cépages) waar wijn van gemaakt wordt. Wijn maken kan door verschillende druivenvariëteiten met elkaar te mengen (assembleren) of door slechts van één enkel ras een wijn te maken. Dat laatste geldt voor de zogenoemde cépages in dit lespakket. Het zijn drie verschillende wijnen, elk gemaakt van één van de meest bekende druivensoorten: Merlot, Cabernet Sauvignon en Syrah.
...op punt 2 t/m 4
In deze eerste proef(f)les zijn de drie te proeven wijnen afkomstig van hetzelfde oogstjaar, ze komen uit hetzelfde gebied én uit dezelfde wijnkelder. De punten 2, 3 en 4 zijn dus voor elke wijn in deze les gelijk zodat we de specifieke kenmerken van de gebruikte cépages optimaal kunnen onderscheiden. Zo leer je dus proefondervindelijk hoe Merlot, Cabernet Sauvignon en Syrah ruiken en smaken. Bovendien kom je er op deze manier achter welke druif jouw voorkeur geniet en dat vergemakkelijkt de volgende keer je keuze in een wijnwinkel.
De wijnen zijn het best met elkaar te vergelijken als je ze - bij voorkeur elk in een eigen glas - naast elkaar proeft. De glazen in dit pakket zijn vanwege hun geschikte vorm een voorbeeld voor het glaswerk dat je het beste kunt gebruiken. Plaats om verwarring te voorkomen, ieder ingeschonken glas binnen het corresponderende cirkeltje op de placemat.
Succes!